
Slapen in yurts, vilten met de groep, paardrijden in Chong-Kemin en sterren zoals je ze in België nooit ziet.
Kirgizië was mijn verste reis tot nu toe: ruim 5.600 km van huis en vier uur tijdsverschil. Ik reisde voor het eerst met een groep, en dat bleek de beste beslissing van het jaar.
De eerste nacht sliepen we in een yurt bij Ton, aan de zuidkant van het Issyk-Kulmeer. Ondanks het korte nachtje ging de eerste wandeling vlot, en wat ik zag was niet normaal: eindeloze steppe, paarden die gewoon rondlopen en bergen met sneeuw op de toppen. De volgende dag trokken we de bergen in, tot de donder ons weer naar beneden joeg. 's Avonds was er een optreden met traditionele kledij, en daarna deden we zelf karaoke.
Hoe mooi het land ook is, de echte hoogtepunten waren de momenten met de groep: rond het kampvuur levensverhalen delen, samen een filmpje in elkaar flansen toen het weer niets toeliet, en een workshop traditioneel vilten waarbij iedereen zijn eigen werkje maakte. Daarna volgden een mineraalbad en een sauna. Een rustige dag, maar wel een gevulde.
Via het bergresort Boz-Uchuk reden we naar Karakol, een stadje tussen de bergen dat een lichte cultuurschok gaf. Daarna volgde een rit van vier uur naar Chong-Kemin, met mij als dj (iedereen was tevreden). Daar hebben we sterren gekeken en de volgende dag paardgereden door de vallei.
Op de laatste dag verkenden we Bishkek, met de Osh-bazaar als hoogtepunt. Ik heb weer veel over mezelf geleerd en mensen leren kennen die vrienden voor het leven worden. Om 5u46 schreef ik mijn laatste stap. Om 17u30 landde ik in Brussel, en ja, ik heb geweend.

















































