
Dracula's kasteel, een orgelconcert in de Zwarte Kerk, de Transfăgărășan en plannen die duizend keer veranderden.
Het begon op de luchthaven van Charleroi, met een ontbijt en een douanier die mijn zak eruit pikte. Mijn hoofd: 'ik heb toch geen pakketje cocaïne mee hé?' Het bleek een zakje bakpoeder. Ik vlieg graag. De laatste keer dat ik in een vliegtuig zat, ben ik eruit gesprongen. Dat liet ik vandaag achterwege.
In Boekarest haalde ik een auto op en reed ik de Karpaten in, via Câmpina en Sinaia. De gps zei 1u38 voor 48 km, zo druk was het op de baan. In Brașov vond ik kleurrijke straatjes, een van de smalste straten van Europa en een stevige maaltijd voor 85 lei.
Met nieuwe vrienden, van wie ik de helft van de namen al kwijt was, trok ik naar Bran Castle, het kasteel van het Dracula-verhaal. Het is een mooie plek, maar super druk. Die avond zat ik in de Zwarte Kerk van Brașov bij een orgelconcert. Ik weet nog altijd niet goed waarom, maar het was een vibe.
Daarna reden we de Transfăgărășan op vanaf Cârțișoara: haarspeldbochten, een uitzicht over heel Transsylvanië en selfies op elke parking. Daarna volgden Sibiu en zijn pleinen, de torens en de huizen met 'ogen' in de daken.
De plannen veranderden duizend keer, en ik had het niet anders gewild. Op deze reis leerde ik dat ik goed ben in nieuwe mensen leren kennen. Ik ben ook dankbaar voor wie ik onderweg ben geworden. Zo wil ik reizen.





































